Foto: Getty images

Woelen. Voel ik me nu een beetje benauwd? Draaien. Wat als het Covid-19 is? Wat als ik nooit meer werk krijg? Hoe moet het nu verder?

’s Nachts lijkt alles erger. Zorgelijke gedachten blijven in kringetjes rondgaan en het einde der tijden lijkt nabij. Bij het ochtendgloren valt dat meestal toch weer mee. Waarom piekeren we ’s nachts zoveel meer dan overdag? Vooral voor mensen die lijden aan slapeloosheid is ’s nachts tobben een van de grootste problemen.

De kern van het probleem zou wel eens kunnen liggen in de prefrontale hersenschors, het gedeelte van het brein dat we gebruiken bij beslissen, problemen oplossen, plannen maken en emoties in toom houden.

„De prefrontale hersenschors werkt hard overdag, en lijkt eerder in slaap te vallen dan de rest van het brein”, zegt slaaponderzoeker Eus van Someren van het Nederlands Herseninstituut in Amsterdam.

Wetenschappers onderscheiden verschillende stadia van slaap, op basis van de elektrische activiteit van het brein. Die stadia gaan van sluimeren, naar iets dieper, naar diepe slaap, waarin grote, trage hersengolven te meten zijn. Die wordt gevolgd door een fase met snelle oogbewegingen ( rapid eye movements ), de remslaap, waarin we dromen. In totaal duurt de hele cyclus anderhalf uur, elke nacht doorlopen we er ongeveer vijf.

„Hersengolven die typerend zijn voor diepe slaap zie je het sterkst in de prefrontale schors, ze beginnen vaak daar, linksvoor”, zegt Van Someren. „Alsof dat gebied de meeste behoefte heeft aan diepe slaap.”

Dat er zoiets bestaat als ‘lokale slaap’ weten onderzoekers pas sinds kort. Zeker bij onrustige slapers ziet Van Someren nog hersengolven die horen bij wakker zijn, terwijl ook al de grote lange golven van de diepe slaap optreden.

Een mogelijke verklaring voor het nachtelijk tobben is dat delen die betrokken zijn bij het verwerken van emoties nog wakker zijn, en dat de prefrontale hersenschors niet meer beschikbaar is om die te dempen.

Gebieden die betrokken zijn bij angst, emoties en de aandacht richten op iets opmerkelijks (het salience network ) zijn vooral tijdens de droomslaap actief. Bij mensen die lijden aan slapeloosheid, maar ook mensen met depressie of PTSS, is die remslaap onrustig”, zegt Van Someren. Het wisselt vaak af met stadium 1 en 2.” Hierdoor zouden angstige piekergedachten de overhand kunnen krijgen.

Een andere theorie betreft het ‘dagdroomnetwerk’ (‘ default mode network ’) in het brein, dat ook actief is als we ons een voorstelling maken van wat gaat komen of wat we gedaan hebben, gekoppeld raakt aan een gebiedje dat betrokken is bij negatieve gedachten. Denken over de toekomst of over wat gebeurd is, krijgt dan een negatieve lading. Bij mensen met een depressie, notoire piekeraars, is er bovenmatige activiteit tussen deze twee delen.

De slaapprofessor heeft een paar tips voor nachtelijke piekeraars. „Voorkom dat je in de uren voor je gaat slapen bezig bent met dingen die je zorgen baren of bang maken. Kijk bijvoorbeeld niet meer naar het journaal of naar een enge film. Daarnaast helpt het om elke ochtend een half uur in te lassen waarin je echt even gaat zitten om al je piekergedachten te laten langskomen, en op te schrijven.” En wie langer dan een half uur wakker ligt, kan beter even uit bed om een saai boekje te lezen in de woonkamer. Vaak val je dan, terug in bed, toch sneller in slaap.

Door Niki Korteweg in NRC.Next d.d. 1 mei 2020