Gepubliceerd in NRC, 07-05-2021 door Nienke Beintema

In onze slaap leidt ons lichaam een heel eigen leven. Het ademt en het woelt, het herstelt en het verteert eten. Maar sommige dingen doet het niet. Zoals niezen. Waarom eigenlijk niet?

Eerst de vraag waarom we eigenlijk niezen. „Niezen hoort bij de beschermende functie van de neus”, vertelt Jurriën Embrechts, kno-arts bij het Leids Universitair Medisch Centrum. „De neus is een belangrijke poortwachter van het lichaam. Hij filtert, verwarmt en bevochtigt de binnenkomende lucht. Niezen is een reflex om iets wat het neusslijmvlies irriteert, heel krachtig naar buiten te werken.”

Neem nu stofdeeltjes en stuifmeel. Zenuwen in het neusslijmvlies raken erdoor geprikkeld. „Dan treedt er een reflex op”, vertelt Embrechts. „Dat is een reactie waarover je niet hoeft na te denken. Het signaal gaat naar de hersenstam en dan rechtstreeks naar die delen van het lichaam die in actie moeten komen.” De prikkel slaat de hersenschors over: het gedeelte van de hersenen waarmee we bewust nadenken.

Vanuit de hersenstam gaat er een signaal naar allerlei spieren. Je ademt diep in, waarna je buik-, borst- en middenrifspieren heel heftig samentrekken. Ze persen de lucht uit de longen naar buiten via neus en mond, soms wel met 160 kilometer per uur . Als het goed is, verwijdert die luchtstroom de irritatie. Maar hoeveel lucht er daadwerkelijk door de neus gaat, verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen niezen vooral door hun mond.

Afsluiten voor prikkels

Maar nu die reflex als je slaapt. „De hersenstam blijft actief tijdens de slaap”, vertelt Reinier de Groot, longarts/somnoloog (slaap-arts) en medisch directeur van het Nederlands Slaapinstituut. „Daardoor blijven functies als ademhaling, hartslag en lichaamstemperatuur op peil.” Je zou denken dat reflexen via de hersenstam dan ook gewoon blijven doorgaan. Maar De Groot legt uit dat naarmate je dieper in slaap raakt, je hersenen zich meer en meer afsluiten voor prikkels van buitenaf – en dus ook voor de niesprikkel.

„We onderscheiden vier slaapfases”, legt De Groot uit. „De eerste twee zijn het in slaap vallen en de heel lichte slaap. Daarbij vallen steeds meer waarnemingsfuncties uit.” De laatste fase is de remslaap, waarin we dromen. Tijdens die fase treedt er spierverlamming op, die voorkomt dat je lichaam een nies kan uitvoeren. Tussendoor is er de diepe slaap, waarin je partner rustig kan rondlopen en het licht kan aandoen zonder dat jij het merkt. De prikkels (geluid en licht) komen wel binnen, maar de drempelwaarde die nodig is om ze ook echt waar te nemen en er wakker van te worden, wordt niet bereikt. „Ik vermoed dat dat ook geldt voor de niesprikkel”, zegt De Groot.

Dat laatste vermoedt ook KNO-arts Embrechts. „Maar voor zover ik weet is er geen onderzoek gedaan waaruit blijkt dat je in een diepe slaap bij een sterke prikkel toch niest, of dat je eerst uit de diepe slaap komt voor de niesreflex optreedt. Dat laatste zou me niet verbazen.”

Los daarvan komt er ’s nachts waarschijnlijk minder stof in de neus. Zodra je gaat liggen, wordt het zogeheten parasympatische deel van je zenuwstelsel belangrijker: een systeem van rust, waarbij je hartslag en bloeddruk dalen, je spieren ontspannen en herstel optreedt. „Je vaten verwijden – ook in je neusslijmvlies, dat daardoor opzwelt”, zegt Embrechts. „Dat verklaart de neusverstopping die veel mensen ’s nachts ervaren. Daarbij stroomt er minder lucht door je neus. En dus ook minder stof.”